Provinciaal Veiligheidsinstituut

Ontwerp:  
Bouwjaar:

 
 

interview in De Morgen, 12 /14/ 1212


In 1953 bouwde Appel en Welslau tussen de Jezusstraat en de Kipdorpvest in Antwerpen, tegenaan de Meir, een instituut voor demonstratie en onderricht in veiligheidstechniek.

De tentoonstellingshall (30 x 17 m) zelf liep door over vier etages, tot onder een dak in spanbeton met glasblokken. Op de etages werd in tentoonstellingsruimte voorzien door brede overlopen rond een niervormige vide (20 x 8 m) zodat daglicht viel tot op de begane grond. De vier etages werden verbonden door een brede trap achter een kolommenrij.
In een rechthoekig blok tegen de hall aan de Jezusstraat bevond zich de inkompartij.

Die werd gekenmerkt door een monumentale, 10 m brede trap, versierd met bas-reliëfs. Daarboven, in een zwaar bewerkt uitkragend schrijn, de direktiekantoren. In een langwerpig blok aan de Kipdorpvest bevonden zich ateliers, vergaderzalen, en een bijzonder mooi verzorgde voordrachtzaal met een opmerkelijk golvend plafond.

 

PROGRAMMA VERBOUWING

Na een proefperiode besloot het provinciebestuur de begane grond te herbestemmen als ruimte voor tijdelijke tentoonstellingen, niet alleen over veiligheid. Er diende aan de ingang voorzien te worden in een gescheiden cirkulatie naar de ruimtes van het veiligheidsinstituut boven en de tentoonstellingszaal beneden, met een gemeenschappelijke ontvangst aan de ingang, zijde Jezusstraat. Door de monumentale trap weg te nemen moest de drempelvrees verminderd worden, en zou het gebouw ook aan de Jezusstraat toegankelijk zijn voor gehandikapten. De vide in de tentoonstellingshall tussen gelijkvloers en eerste etage diende dichtgelegd te worden, zo dat op de eerste etage een volwaardig tentoonstellingsplateau, geschikt voor hoge belastingen ontstond. De trap tussen nieuwe expo-ruimte op de begane grond en de nieuwe vloer van het PVI boven diende verwijderd te worden, en vervangen door een andere in de inkomhall. De toegankelijkheid van de etage voor gehandikapten werd verzekerd door een lift. naast deze trap. De voordrachtzaal op de etage moest vernieuwd worden o.w.v. nieuwe projektietechnieken en een betere zichtbaarheid. Aansluitend kwam een nieuwe cafetaria.

 

ARCHITEKTURALE OPVATTING

De oude inkompartij was als een versierde doos onder het overkragend schrijn van de direktiekantoren en tussen de gemene muren geschoven. Deze werd weggenomen en vervangen door een nieuwe, met wanden bekleed met een cementbezetting i.p.v. natuursteen. De ingangstrap werd vervangen door een lichthellend vlak. De inkomdeuren bovenaan de trappen werden vervangen door een zo transparant mogelijke wand in structural glazing met klaar glas vlak tegen de straat. De lifttoren, de trap naar de etage en de onthaalruimte werden van de publieke ruimte afgescheiden door een geperforeerde schuine marmerwand die tot op straat doorloopt. In de publieksruimte werd een zwevend plateau met zitbanken geplaatst als rustpunt

Tegenover de monumentale art-deco symboliek van het oude gebouw werd een ruimte geplaatst waar enkel de funktionele ruimtelijke opdeling met een wand, materiaalkontrasten in tonen van grijs en bouwkundige logika spreken. De lichthellende vloer en de schuine wand manipuleren het perspektief lichtjes en geleiden zo de wandeling naar binnen.

De tentoonstellingszaal gelijkvloers werd neutraal aangekleed. met wit geschilderde, omwisselbare wandpanelen en een parketvloer. De bestaande kroonlijst met technische voorzieningen werd verwijderd en vervangen door een vals plafond met alle technische infrastruktuur. De ruimte van de weggebroken trap werd uitgebouwd als een nevenruimte achter de kolommenrij voor bijzondere expositiedelen. De technisch gekompliceerde opgave om de vide te dichten leidde in het centrum van de zaal tot een gebogen plafond op drie kolommen. Dat maakt in het midden een eigen belichtingswijze mogelijk.

Het eigen karakter van de voordrachtzaal op de eerste etage werd zo min mogelijk verstoord, o.a. door de nieuwe publiekshelling in de oude ruimte geschoven als een reusachtige beddebak in alcantara.